Ron Krancher

Pedis?

Hongerig en moe stapten we het restaurantje binnen. Achterin was nog plaats en we ploften neer op de banken. Het leek wel op een  restauratiewagon van de ‘kereta api’ naar Tasikmalaya. Twee treinbanken met daar tussenin een smalle langwerpige tafel. Gedeng…gedeng deed mijn maag, gewend als het is aan reisvoer. Bus, trein, vliegtuig of stalletje langs de weg? Het maakt mijn maag niets uit. Mijn darmen daarentegen zijn zwakkelingen. Dunne- en dikke darm zijn zo van slag. Een verkeerd mosseltje en ja hoor daar lopen ze al leeg. Het zou fijn zijn als mijn maag en darmen hun functie beter op elkaar...

Continue reading...

De omarming

Ze schoof een stukje op en propte haar dochtertje tussen haar linkerdij en de armleuning van de treinbank. Haar rechterdij kleefde door haar sarong heen tegen m’n blote, van het zweet glimmende dijbeen. Ik schaamde me dood. Stomkop. Een korte broek aantrekken terwijl je een treinreis gaat maken. Het was warm en benauwd in de coupé. Het was er minstens veertig graden Celsius. Ook m’n hemd was kletsnat. Kletsnat van het vocht dat vanuit m’n oksel richting haar dij liep. Naast me zat Ish (toen zes jaar oud). Tegenover haar zat Hitty en daarnaast zat de man van mijn natte...

Continue reading...

Geef mij maar Karin!

“Op de volgende rotonde neem afslag drie.” “Neem nu afslag drie” O, wat ben ik blij met Karin. Karin vertelt me precies hoe ik moet rijden. Tot op de meter weet ze me naar m’n doel te leiden en zegt dan met zwoele stem dat ik op m’n bestemming ben aangekomen. De meeste mensen die ik ken zeggen dat ze een TomTom hebben, ook al is het technisch, tactisch en juridisch gezien niet eens een TomTom. Ze zijn blij met hun TomTom en zweren op z’n stratenkennis en betrouwbaarheid. Ik vind dat geen kunst. TomTom is duidelijk geen ‘meissie’ en...

Continue reading...

Ik droomde dat ik ging fietsen

“Hitty, ik droomde dat ik ging fietsen.” Hierna keek ze naar mij en zei “Echt waar, Ron. Ik droomde dat ik ging fietsen.” Ze keek ons met een ernstig gezicht aan. “Waar was dat tante? Was dat in Indië?” vroeg ik haar. “Nee, hier in Amsterdam,” zei ze. “We gingen naar de kerk.” Tante Yola vertelde dat ze anders altijd achterop moest zitten. Op de bagagedrager. Maar nu, in haar droom, mocht ze zelf fietsen. Dat had ze nog nooit gedaan. Ook niet in Indië. “Ik heb het wel altijd héél graag gewild,” zei ze, “maar ja, dat kon niet...

Continue reading...

Kwatten

“Pfffft” was het geluid dat je naast je hoorde maken. “Pfffft” en schuin voor je raakte een kwat de grond. Ik vond het altijd een vieze gewoonte van m’n opa, dat op straat spugen. Spugen op straat deed je niet hier in Nederland. Dat hoorde niet. Het werd beschouwd als een heel slechte gewoonte. Mijn opa spuugde wel om de vijftig meter. Ik vond het maar vies. Maar dat was toen. Vroeger, toen ik tien jaar oud was. Ik liep dan naast hem en leerde al aardig het moment inschatten waarop m’n opa z’n kwat weg zou schieten. Ik weet niet...

Continue reading...