Druïde

We liepen in de bossen van ‘s Graveland. Om precies te zijn in de bossen behorende bij de Buitenplaats Schaep en Burgh. Het is een gebied dat we goed kennen van onze wekelijkse wandelingen. Vaak komen we er dieren tegen die aan het foerageren zijn of die simpelweg lekker in het zonnetje liggen. Regelmatig rennen er reeën langs en ontmoeten we knorrende en scharrelende zwijntjes die zich dan snel voor ons in de bosjes verstoppen; want dat doen zwijnen. En vandaag zagen we weer een vos. Hij zat gewoon midden op het pad. En omdat hij daar met de rug naar ons toegekeerd zat had hij ons niet in de gaten. Pas toen we hem dichter waren genaderd draaide hij zijn kop naar ons om, stond op en draafde een graanveld in. Niet in paniek hoor, maar gewoon rustig op z’n gemak dravende. Het was in dertig jaar pas de derde keer dat we een vos in het wild zagen. De eerste keer rende een vos naast ons over een pad en de tweede keer betrapten we er één bij het drinken. Beide keren was dat ook in ‘s Graveland; namelijk op de mooiste plek van de Buitenplaats Hilverbeek. Op dezelfde plek waar we aan een boom de man zagen hangen die afscheid had genomen van het leven. Een beeld dat we trouwens nooit meer kwijt zullen raken en dat voor altijd gekoppeld is aan die prachtige plek. En nu zagen we dus bij ‘Schaep en Burgh’ onze derde vos in dertig jaar tijd.

Het was een goede week voor ons, daar in de bossen van ‘s Graveland. Vandaag zagen we een vos en gisteren liepen we op een veldje in dezelfde bossen tegen een praktiserende druïde op. Klapwiekend met haar armen rende en sprong ze in het rond. Ze doorkruiste het hele veld. Ze rende van struik naar struik en van boom naar boom. Soms stopte ze bij een boom, omarmde hem en drukte haar voorhoofd tegen de stam. Ongetwijfeld heeft ze ook iets tegen de boom gezegd, want haar lippen bewogen. Ze fluisterde een boodschap die alleen voor die boom was bestemd. Gaf ze de boom haar kracht of gaf de boom zijn kracht aan haar? Het was in ieder geval een mooi gezicht. Natuurlijk was het ook wel een vreemd gezicht zo’n vrouw die in haar witte jurkje, op blote voeten en met haar armen klapwiekend in het rond rende. Maar tegelijkertijd ging er ook een weldadige rust van haar uit.

De mooie jonge vrouw rende over het veld naar een rood gebloemde rododendron. Vlak voor de struik remde ze af, eindigde met een sierlijke sprong en maakte een pirouette. Ze strekte zich uit, hief haar armen ten hemel en startte een gesprek met ‘daarboven’.

Ron Krancher

Copyright © by Ronald E. Krancher (Scribent/Anthropologist/Sociologist of Non-Western Societies) Weesp, June 2010.