El Soro… Numero Uno! (2/2)

(vervolg)

Vanuit Roncesvalles trokken we altijd op de bonnefooi verder door Spanje. Op één van die zwerftochten kwamen we terecht in La Linea, vlakbij Gibraltar. En daar maakten we kennis met Vicente Ruiz, oftewel El Soro. Van beroep matador.

Ik hoor nu velen gadverdamme roepen en ik begrijp de kritiek op dit wrede schouwspel, maar voor een antropoloog is het ook een intrigerend fenomeen. Ik ben nu eenmaal nieuwsgierig. Ik wil weten.

Zo bezochten we in Granada niet alleen het Alhambra, maar ook de kathedraal waar Ferdinand en Isabella, Johanna en Filips en zoals we lang hebben gedacht ook de resten van Manolete, in loden kisten in een gewelf onder hun praalgraven, liggen. Manolete wordt beschouwd als een van de grootste stierenvechters van Spanje en is in 1947 door Islero op de hoorns genomen en aan de verwondingen bezweken. Beneden bij de ingang van de tombe kregen we van een gids te horen dat geheel rechts Manolete lag. Absolute larie! Manolete ligt begraven in een praalgraf in Cordoba.

Recenter is Paquirri op een zelfde manier door een stier gedood. In de lies geraakt en doodgebloed. Dat was in 1984. Hij viel eigenlijk in voor een matador die was verhinderd. In een plaatsje vlak bij Cordoba bevocht hij Avispado en werd door de stier gespietst. Terwijl hij naar de behandelkamer van de arena werd gebracht maakte de eenentwintig jarige Yiyo het ‘gevecht’ af en doodde de stier. Yiyo vertelde later aan een journalist: “De stier keek me aan…, hij keek me aan! Avispado zal m’n dood worden!” Een jaar later werd Yiyo door de stier Burlero gedood. De vloek van Avispado?

De Pasodoble werd gespeeld en El Soro betrad de arena van La Linea. Na de groet te hebben gebracht liep hij naar de poort waar de stier uit zou komen, draaide z’n rug er naartoe en knielde, als in gebed. Met een schuin oog naar z’n helpers wachtte hij op de entree van de stier. De poort zwaaide open en de stier stormde naar buiten. Recht op El Soro af. Op het laatste moment maakte El Soro twee hupjes naar rechts en de stier, waarvan de nekspier nog niet door de picadores was beschadigd, miste hem op een haar na. Het publiek werd wild en zong hem langdurig toe: “El Soro…, El Soro…, El Soro… Numero Uno!”

Wat drijft iemand om zo roekeloos met z’n leven om te springen? Ik denk dat het roem is. Eeuwige roem. Je begrijpt het als je de reacties van de toeschouwers ziet. Je ziet het terug in de houding van de matadores als ze door de arena stappen. Ze worden vereerd om hun moed. Ze worden vereerd omdat ze de dood uitdagen met hun houding van: “Kom maar op!”

De vrouwen zwijmelden en de ‘afficionades’ van El Soro kregen een zelfde trotse houding als dat van hun idool. Rechtop, holle rug, buik vooruit, kin omhoog. De houding van: “Kom maar op!” Alsof ze zelf de dood hadden getrotseerd liepen na de corrida velen rond als El Soro, hun held.

Jaren later zag ik hem een keer op tv. Hij liep moeizaam, op krukken, de arena binnen. Hij was het jaar daarvoor op de horens genomen door een stier. Maar in tegenstelling tot Manolete, Paquirri en Yiyo had hij het er levend afgebracht. Hij was aanwezig bij de dood van Paquirri en betrokken bij de dood van Avispado. En ook hij werd op de horens genomen. Maar hij overleefde het. Midden in de arena, hangend op z’n krukken, werd Vicente Ruiz, El Soro, langdurig toegejuicht. Hij had de dood uitgedaagd en getrotseerd. Hij verdiende hun respect. En de mensen juichten hem toe.

El Soro laat zien waar het stierengevecht, dat wrede schouwspel, werkelijk om draait. Het draait om angst. Angst voor de dood. En als tijdens een gevecht de dood toch toeslaat, dan wacht de eeuwige roem; de onsterfelijkheid. Overleef je een aanval van de dood, dan verwerf je een heldenstatus. Dan krijg je het daarbij behorende respect.

Nog steeds, als de ‘Pasodoble Torero Vicente Ruiz El Soro’ wordt gespeeld, hoor ik de massa zingen: “El Soro…, El Soro…, El Soro… Numero Uno!”

Ron Krancher

Copyright © by Ronald E. Krancher (Scribent/Anthropologist/Non-Western Sociologist) Weesp 2004