The Sea Eagle

Ik opende m’n ogen en had nog geen seconde nodig om me te realiseren waar ik was. Ik was net wakker geworden in de eigenaarshut op de Sea Eagle, het jacht van Man. De ronde vormen van de slaapkamer en de patrijspoorten vertelden me dat ik het juist had. Ondanks de uitspatting van de vorige avond voelde ik me nog verrassend fris. Of is dat juist verontrustend?

Man had z’n appartement, dat uitkeek op dezelfde jachthaven waar ook z’n jacht ligt afgemeerd, net van de hand gedaan voordat we kwamen. De vorige keer toen we naar Hitty’s broer Gerrit in Phuket gingen nodigde Man ons uit om twee maanden in z’n appartement te gaan wonen. Zonder aarzeling accepteerden we de uitnodiging. Hijzelf woonde namelijk niet in het appartement maar afwisselend op z’n jacht, in het appartement bij z’n bedrijf, in het appartement dat hij voor verder plezier had aangeschaft of in z’n huis in Hat Yai bij z’n vrouw en drie kinderen. Het waren voor ons twee buitengewoon luxe maanden. We woonden in een appartement met uitzicht op de jachthaven; waar een dame dagelijks nieuwe lakens op het bed legde, de handdoeken verschoonde en het huis aan kant maakte. Achter het appartement lag het niervormige zwembad waar Hitty dagelijks haar baantjes trok en waar ik op het ligbed en zoveel mogelijk in de schaduw liggend, de binnenkant van m’n ogen inspecteerde. Om deze ledigheid te doorbreken namen Man en Gerrit ons regelmatig mee op tochten over de Thaise wateren. We namen genoeg drank mee om een gemiddelde hootersbar een avond mee draaiende te kunnen houden en vertrokken zodra het waterpeil dat toeliet.

Sea Eagle Man SooksaweeDe Sea Eagle wist van wanten. Z’n twee motoren stuwden het behoorlijk zware vijftien meter lange jacht met gemak richting de vijfendertig knopen; zo’n 70 kilometer per uur. Een grote waterkolom producerend die bijna boven de stuurhut uitkwam. Achter het schip lag, tussen een schuimende V, een diepe zwarte geul. Een gevaarlijk niets, dat was leeggezogen door de kracht van de motoren. Bij een eilandje verankerde Gerrit de Sea Eagle en gingen we met de rubberboot aan land. In het restaurant van een resort lunchten we en na wat rondlummelen gingen we weer aan boord, om scheurend over de Thaise wateren naar de haven terug te keren. De avond werd daarna voortgezet in ‘No Name’, een kroeg waarvan Man mede-eigenaar is. Teruggekomen in het appartement hoefden we dan niet veel meer te doen dan om te vallen en de ogen te sluiten.

Het appartement was van alle gemakken voorzien. Een groot tv-scherm met een paar honderd kanalen, een keukentje, een grote slaapkamer en een zeer ruime zit/eetkamer. Een terras bood uitzicht op de haven. Maar zelfs Man vond het aanhouden van een appartement dat maar een paar maanden per jaar werd gebruikt geld verkwisting. Hij deed het dus van de hand en bood ons z’n hut aan op de Sea Eagle. Niets mis mee. Groot tv-scherm met een paar honderd kanalen. Een keukentje, een douche- en toiletruimte, een tweede slaapkamer en een leefruimte. Het geheel was uiteraard van airco voorzien. Voorbij de openklappende glazen achtergevel van het jacht is een ruim dek met uitzicht op de jachthaven.

Ik opende m’n ogen en keek de hut rond. Voor me, in de grote spiegel aan het voeteneind van het bed, keek een hoofd met verwarde haren en dichtgeknepen ogen me aan. Ik weet nog dat ik dacht: “Mijn God, wat een lelijke opgeblazen kop.” Ondanks dat ik me – gezien de omstandigheden – verrassend fris voelde, ging ik weer liggen, sloot m’n ogen en dacht voordat ik weer in slaap viel aan de vorige avond met Hitty, Man, Gerrit en Pierre. Wat hadden we een plezier!

Ron Krancher

Copyright © by Ronald E. Krancher (Scribent/Anthropologist/Non-Western Sociologist) Weesp 2004