The Six Guns

Ik sneed het extra randje vet van de steak. Dat was niet de bedoeling, want juist dat extra randje vet maakte dat stuk vlees anders dan het stuk vlees dat bij de buren werd geserveerd. Met een bestraffend vingertje hing de serveerster schuine streep eigenaresse boven m’n bord. “Nee, nee, laten zitten dat vet. Dat hoort zo. Dat is de derde ster van ons restaurant.”

We aten in ‘The Six Guns’, een klein restaurantje in Tombstone, Arizona. Een plek waar we vaak kwamen. En met plezier. Het restaurant stond aan de rand van het historische western stadje in het zuiden van de Verenigde Staten. Een paar keer per dag werd er in ‘The Six Guns’ een western show opgevoerd. Dan knalden de pistolen en vielen de mannen. Niks mis mee. Ook in Tombstone moeten de mensen eten, drinken en de hypotheek aflossen. Jarenlang hebben we er onze steaks gegeten en ons glas bier geleegd. Na het wegwerken van de enorme steak nestelden we ons dan aan de kleine bar en hesen er ons volgende biertje, terwijl rechts in de hoek Jake achter zijn synthesizer zat en op verzoek van de gasten western klassiekers zong. Je hoorde dan vanuit de barhoek kreten zoals: “Jake, sing me ‘Mammas Don’t Let Your Babies Grow Up To Be Cowboys’.” En Jake zong dan het lied en de barhoek zong met hem mee. Hij was best goed. En hij was charmant, want Hitty werd een groot fan van Jake en kocht zijn cd met ‘covers’ van de beste ‘western songs ever’. Behalve dat hij een goede stem had zag hij er ook uit als een cowboy uit 1880. Hij zong ‘s avonds zijn liedjes en schoot overdag boeven dood. Ook dat deed hij vol overgave. Op een keer dat Hitty haar handen blauw klapte na een ‘Southern love song’ van Jake (klonk dat zuur?) zat ik als lijdend voorwerp aan de bar. Er was een nieuwe gast binnen gekomen en die begroette de rest van de gasten met de opmerking: “Wat doet die ‘Mex’ hier aan de bar?” Daarbij letterlijk met zijn vinger naar mij wijzend. De anderen legden hem uit dat ik geen ‘Mex’ was, maar een gast uit Nederland. Daarbij kwam de toevoeging: “He’s not a Mex, He’s from the Netherlands. Come on, let it go; He’s a nice guy.” Moest ik hier nu blij mee zijn? De man maakte zijn excuses omdat hij mij ten onrechte een ‘Mex’ had genoemd en bood me een bier aan. Natuurlijk nam ik die aan. Het gebeurt niet zo vaak dat een Amerikaan een biertje weggeeft en ik kon meteen ook de nare smaak wegspoelen. Verder verliep de avond soepel en gingen we na sluitingstijd, een cd met de muziek van Jake rijker, terug naar ons appartement.

Elke dag klinken er schoten in de straten van Tombstone. Dat was al zo in de jaren rond 1882 en dat is ook nu nog de dagelijkse routine. De slachtoffers van de schoten in 1882 liggen op Boot Hill, de begraafplaats van het stadje en de slachtoffers van de schoten van gisteren, vielen ook vandaag en zullen ook morgen weer vallen, als ze niet in hun slaap door een hartstilstand zijn getroffen. Teruggekomen in het appartement zette Hitty, mijn protest negerend, de cd van Jake op. Ik verzachtte de pijn met een ‘Gentleman Jack’ en kroop achter mijn laptop. Ik schreef toen een column over ‘Ped Xing’; een leuk stukje, al zeg ik het zelf. Tijdens het schrijven nam ik regelmatig een ‘Jack’ om Jake even te vergeten en verbaasde me over het gemak waarmee de zinnen op ‘papier’ verschenen. Ik was op dreef. Dankzij Jack en Jake, creëerde ik. Ik sliep die nacht heerlijk en was weer vroeg wakker om een nieuw stukje te schrijven dat ik gedurende de nacht in mijn onderbewustzijn had voorgekookt. Terwijl Hitty het ontbijt klaar maakte, las ik de ‘Epithaph’, de krant van Tombstone, waarin in 1882 de dood van de ‘cowboys’ werd aangekondigd, met de gebroeders Earp en Doc Holliday als hun moordenaars. Diezelfde krant bestaat nu nog en voorziet me van de nodige extra informatie voor mijn columns, voorzover die natuurlijk over het gebied rond Tombstone gaan. Het nieuws van de dag wordt afgewisseld met verhalen uit de streek. Verhalen over de eerste kolonisten en de problemen die ze tegenkwamen bij het opzetten van een nieuw leven. Verhalen over het verdringen van de Apaches uit hun gebied door de kolonisten en de soldaten, en de moedige strijd die de Apaches voerden vanuit hun laatste verdedigingsplek: The Dragoon Mountains. Cochise heeft daar zestien jaar lang weten stand te houden. Pas na zijn dood werden de Apaches verslagen. Gelukkig zijn ze er nu weer – tot op zekere hoogte – heer en meester. De krant schrijft duidelijk over de trots die er is op de vroege kolonisten, maar er wordt ook met veel schaamte geschreven over de behandeling die de ‘Indianen’ ondergingen in dat proces van kolonisering. Een dappere kolonel wordt er geroemd voor zijn moed en krijgskunst, maar ook gelijktijdig verguisd voor de manier waarop hij zijn doel, het verslaan van de ‘edele wilde’, tot stand had gebracht. Geroemd en verguisd. Het kan daar. Zelfs in één en hetzelfde artikel.

Een half jaar na onze terugkeer in Nederland, kregen we van Barb en Joe een ansichtkaart uit Tombstone. Barb en Joe wonen daar gedurende de wintermaanden. Ze ontvluchten dan de kou van Wisconsin en huren altijd het appartement naast ons. Barb schreef ons, dat ook in Tombstone de recessie heeft toegeslagen. De mensen hebben het er moeilijk. De toeristen blijven weg. De cowboys ‘sterven’ er nog maar één keer per dag in een duel, de kamers in de hotels blijven leeg en de restaurants krijgen te weinig klanten om te kunnen blijven bestaan. De teloorgang zette al eerder in. Dat was kort nadat een idioot een tot treintje omgebouwde toeristenbus door Tombstone liet rijden. Het is als vloeken in de kerk. De meeste inwoners van het stadje gruwden ervan, maar ‘de idioot’ is familie van de burgemeester en dus kreeg hij permissie om dit walgelijke plan te kunnen uitvoeren. Gelukkig is het een tot mislukken gedoemd plan, omdat ik toen al constateerde dat de ‘trein’ veelal onbezet zijn rondjes reed. Natuurlijk hebben de mensen het er nu zwaar, maar de positieve kant van deze recessie is dat ‘de idioot’ waarschijnlijk in zijn boekhouding negatieve cijfers schrijft en dat de ‘trein’ weer snel uit het stadsbeeld zal zijn verdwenen. Tombstone komt er wel weer bovenop. Dat heeft het al een paar keer gedaan, dus waarom nu niet. Het heet niet voor niets: ‘The Town That Never Dies’. Ook ‘The Six Guns’ had het zwaar. De eigenaresse leefde van de inkomsten van de shows en van de verkoop van steaks en bier. Jarenlang verdiende zij daarmee een goed belegde boterham, maar die tijden zijn voorbij. Het ging slechter en slechter met ‘The Six Guns’, en op een dag sloegen de vlammen uit het dak.

Ron Krancher

Copyright © by Ronald E. Krancher (scribent/antropoloog/Niet-Westers Socioloog) Weesp 2011.